Een interview met ICTU over de dataficering van de samenleving

Bron: ICTU Pulse

Lucas van der Meer (Landscape) en Francois Vis (ICTU)

Vooraf ingevulde belastingformulieren: een aangifte op maat door slim gebruik van data. We zijn er eigenlijk al aan gewend. De overheid beschikt over veel data, die kan worden benut voor een nog efficiëntere en effectievere overheid. De huidige technische mogelijkheden rondom data bieden daarvoor nieuwe kansen. De vraag is: hoe kunnen en willen we hier als overheid mee omgaan? Een interview met mede-oprichter van Landscape Lucas van der Meer (links) en hoofd advies van ICTU Francois Vis (rechts) over de ‘dataficering’ van de overheid.

Dataficering

Een datagedreven iOverheid is de volgende fase in de eOverheid, aldus Vis. ‘Misschien nog niet dominant in de komende vijf jaar, maar daarna zeker spelbepalend.’ Deze ‘dataficering’ is één van de belangrijkste ICT-ontwikkelingen op dit moment, met grote impact op de maatschappij en het functioneren van de overheid.

Vis: ‘Als het gaat om het gebruik van gegevens in bijvoorbeeld big-data-analyse, zien veel organisaties en ook overheden vooral beperkingen op het gebied van privacy en ethiek: wat mogen en willen we vastleggen als overheid? Dan gaat het om zaken als ‘doelbinding‘ en ‘proportionaliteit’, maar ook over maatschappelijk draagvlak. Vaak blijkt het mogelijk om ondanks deze restricties toch voordeel te behalen. Vis: ‘Belangrijk is het besef bij overheden dat we de data waarover we al beschikken, nog veel beter kunnen benutten. En dat het nodig is om daar een overall visie op te creëren, voor overheden individueel maar vooral ook in ketensamenwerking. Juist vanuit maatschappelijke verantwoordelijkheid kan de overheid hier eigenlijk geen kansen onbenut laten om haar taken efficiënter en effectiever te organiseren.’

Van der Meer is werkzaam voor data-adviesorganisatie Landscape die gelieerd is aan het Leiden Centre of Data Science. Hij vult aan: ‘Het gaat echt om een cultuurvraagstuk; techniek en overheid moeten hier elkaars taal leren spreken. Big data als hype heeft hiervoor de nodige bewustwording gecreëerd. Dat is van belang voor het zetten van volgende stappen: goed nadenken hoe je dit gaat bewerkstelligen en het daadwerkelijk benutten van de potentie.’

Winst

Vis: ‘Er gebeurt natuurlijk al het nodige, denk aan het voorkomen van terrorisme waarin slim gebruik van databronnen een grote rol speelt. Ook bij inspectiediensten en toezichthouders zijn er volop kansen om beter gebruik te maken van data. Daar is nog veel winst te behalen.’

En er zijn meer voorbeelden uit de praktijk. Bijvoorbeeld de datalaag van de Belastingdienst van waaruit belastingplichtigen gerichter te benaderen zijn.

Of het grootschalig openbaar maken van publieke data op data.overheid.nl, zodat iedereen daarmee aan de slag kan.

En iedereen kent natuurlijk het voorbeeld van alle openbaar vervoerders die hun actuele ritinformatie delen via 9292ov.

Preventie is altijd stukken goedkoper dan achteraf repareren. Voorspellende modellen met gebruik van (big) data kunnen daarbij helpen. Van der Meer: ‘Denk aan het verminderen van verkeersdrukte in smart cities. Hierbij worden lussen in het wegdek gekoppeld aan andere data zoals de bezetting van parkeergarages, weersvoorspellingen, verkeerslichten en evenementen. Slim gebruik dus van informatie die al voorhanden is.‘

Data governance cruciaal

Data wordt meer en meer het ‘levensbloed’ van organisaties. Wil je die potentie optimaal benutten, dan heb je als organisatie een kader nodig waarin alle aspecten van datagebruik en je ambities rondom bijvoorbeeld kwaliteit, standaarden en datamanagement worden bekeken. Dit heet data governance.

Vis: ‘Data governance en het op het juiste niveau in de organisatie adresseren van het belang van data en wat het kan opleveren, is cruciaal.’ Van der Meer: ‘Als je dat niet doet, is er een sterk vergroot risico op het lekken van gevoelige informatie. Dat zagen we onlangs in Mexico, waar gegevens van miljoenen stemmers uitlekten.’

Vis: ‘Inmiddels is door onder andere Forrester aangetoond dat organisaties die data governance goed hebben ingevoerd, significant beter presteren. Wereldwijd blijven overheden hierbij achter. Zonde, want ook overheden kunnen veel baat hebben bij goede data governance.’

Hoe komt dat eigenlijk? Vis: ‘Niet alle organisaties zijn bekend met de rol en de noodzaak van goede data governance. Vaak weet men niet goed hoe ze data governance aan moeten pakken. Of ontbreekt er een duidelijk beeld van het gewenste ambitieniveau op dit vlak. Modellen op dit vlak zijn vaak nog schaars of onvolledig.’

Handvatten voor data governance

Van der Meer: ‘Data governance valt onder te verdelen in een aantal technische en organisatorische aspecten. Technische aspecten zijn bijvoorbeeld data assets (bedenken wat je als organisatie wilt bereiken en over welke bronnen aan data je beschikt), datakwaliteit (welk niveau van datakwaliteit is voor mijn organisatie nodig en hoe meet ik dit), en de levenscyclus van data. Mensen hebben de neiging om digitale gegevens nooit weg te gooien. Dat vergroot het risico op lekken en werkt overzicht niet in de hand. Ruim op wat verouderd of niet meer relevant is. Denk na over data alsof het een fysiek product is: een auto breng je periodiek naar de garage en als die kapot is laat je hem niet voor de deur staan. Elk van die technische zaken heeft ook organisatorische aspecten. Zoals bij wie de eindverantwoordelijkheid ligt van die taken die uitgevoerd moeten worden.’

Meten

Met bijvoorbeeld een data governance scan kun je ‘meten’ wat de stand van zaken is rond de data governance van een organisatie. Van der Meer: ‘Zo’n scan kijkt naar de eerdergenoemde technische en organisatorische zaken. Aan de hand van documentatie en interviews met bijvoorbeeld business-analisten en enterprise-architecten wordt een score bepaald. Weten hoe je er nu voor staat, geeft praktische handvatten voor sturing op (data-)ambities.

ICTU kijkt samen met data-experts hoe kennis en inzichten over het gebruik van data de kwaliteit van het datagebruik en de data governance in organisaties een stap verder kan helpen.

Vis: ‘Gezien het belang van data governance voor overheden zou een benchmark van grote waarde zijn. Daarmee kan snel inzicht geboden worden in waar een organisatie staat ten opzichte van vergelijkbare organisaties.’

Tot slot

Wat is het meest spannende in ‘dataficering’? Vis: ‘Veel organisaties hebben er hooggespannen verwachtingen van, maar weinigen geven daar op strategisch niveau richting aan. En dat is wel nodig om dat enorme potentieel dat die nieuwe technische mogelijkheden ons nu biedt, in te zetten. Een CDO (Chief Data Officer) op ketenniveau of inbedding van data governance in de taken van een CIO zou een mooi begin zijn!’ Van der Meer: ‘Dataficering is niet te stoppen. Het gaat om veelbelovende ontwikkelingen. Overheden weten goed waar de mogelijkheden liggen; data-experts weten hoe ze die kunnen behalen zonder concessies te doen ten aanzien van privacy. Daarom is samenwerking tussen deze partijen essentieel.’

Een datagedreven overheid

De overheid is een ‘mega-data-owner’. Deze enorme hoeveelheid gegevens in combinatie met de toegang tot (gratis) data-analyse-technologie biedt in potentie veel kansen en is één van de drijfveren van de Open-Data-beweging. Ook voor de overheid zijn er legio mogelijkheden, omdat in essentie de meeste overheidstaken datagedreven zijn. Goede dienstverlening staat of valt bij het kunnen gebruiken van juiste gegevens. Met behulp van data zijn er kansen om publieke taken efficiënter, beter en goedkoper in te vullen. Je kunt dan denken aan het gebruik van data in ‘big data’-analyses of het beter afstemmen van gegevensuitwisseling in bijvoorbeeld de zorg- of vreemdelingenketen. Zonder een fatsoenlijk beleid (‘governance’) op data, zijn er onnodige privacy-risico’s en zijn investeringen in data vaak weggegooid geld. Goede governance houdt onder andere in: specificeren hoe data waarde oplevert, welke data er is en bij wie de verantwoordelijkheid hiervoor ligt.